Soms merk je als ouder dat er iets speelt bij je kind, maar lukt het niet goed om erachter te komen wat. Je kind is sneller boos, trekt zich terug, piekert veel of lijkt gespannen. Misschien is er iets gebeurd, zoals een scheiding of verlies. Maar soms kun je er ook niet precies je vinger op leggen. Je merkt vooral: mijn kind zit niet lekker in zijn vel.
Als je vraagt wat er is, krijg je misschien een ‘weet ik niet’, een schouderophalen of weinig meer. Dat betekent niet dat een kind niets wil vertellen. Kinderen kunnen lang niet altijd onder woorden brengen wat ze voelen, waarom ze bepaald gedrag laten zien of wat hen bezighoudt. Spel kan dan een andere ingang bieden.
Wat is speltherapie?
Bij speltherapie wordt spel doelgericht ingezet als therapeutisch middel. Waar volwassenen vooral woorden gebruiken om te vertellen wat hen bezighoudt, is spel voor kinderen een natuurlijke manier om zich uit te drukken. In spel kunnen kinderen gevoelens laten zien, ervaringen naspelen, verschillende rollen aannemen en experimenteren met andere mogelijkheden.
Speltherapie is daarmee veel meer dan een kind laten spelen terwijl de therapeut kijkt.
Als speltherapeut gebruik ik het spel om beter te begrijpen wat een kind nodig heeft én om binnen het spel ontwikkeling mogelijk te maken. Een kind kan bijvoorbeeld oefenen met het herkennen en uiten van gevoelens, het reguleren van spanning, grenzen aangeven, hulp toelaten of andere manieren ontdekken om met moeilijke situaties om te gaan.
Het spel laat dus niet alleen iets zien van wat een kind bezighoudt. Het biedt ook de mogelijkheid om te verwerken, ervaren en oefenen.
Wat doet een speltherapeut dan precies?
In de spelkamer kan een kind kiezen uit verschillende materialen, zoals zand, klei, verf, dieren, poppen, bouwmateriaal en verkleedkleding.
Tijdens het spelen kijk ik gericht naar wat er gebeurt. Hoe maakt een kind contact? Wat gebeurt er als iets niet lukt of anders loopt dan verwacht? Hoe gaat het om met grenzen? Welke emoties en spanning worden zichtbaar? En komen bepaalde thema’s of manieren van reageren vaker terug?
Daarbij geef ik niet direct betekenis aan één losse handeling. Een vechtende dinosaurus betekent niet automatisch dat een kind boos is en een donkere tekening betekent niet vanzelfsprekend dat een kind verdrietig is. Ik kijk naar het geheel en naar wat zich over meerdere sessies ontwikkelt.
Vanuit wat ik zie, stem ik mijn begeleiding af op wat het kind nodig heeft. Soms volg ik vooral en benoem ik wat er gebeurt. Soms help ik woorden te geven aan een gevoel, speel ik mee of breng ik voorzichtig iets nieuws in het spel. Een kind dat snel overspoeld raakt, heeft misschien eerst hulp nodig om spanning te reguleren. Een ander kind heeft juist behoefte aan duidelijke grenzen of ruimte om zelf initiatief te nemen.
Speltherapie is daarom geen vast stappenplan. Wat ik doe, hangt samen met wat dit kind op dat moment nodig heeft.
Maar hoe kan spelen iets veranderen?
Dat is een vraag die ik regelmatig van ouders krijg. Want hoe helpt spelen met zand, dieren of bouwmateriaal bij bijvoorbeeld boosheid, angst of spanning?
Stel dat een kind thuis vaak heel boos wordt wanneer iets anders loopt dan verwacht. Na een aantal sessies valt op dat veranderingen ook in de spelkamer veel spanning oproepen. Het spel moet bijvoorbeeld steeds op dezelfde manier verlopen en het kind wil graag de controle houden. Dan is het doel niet om het kind uit te leggen dat het ‘beter met veranderingen moet leren omgaan’.
Eerst help ik het kind om de spanning te herkennen en te reguleren. Wanneer er voldoende veiligheid is, kunnen we binnen het spel voorzichtig iets anders ervaren. Misschien verandert er iets kleins in het verhaal. Een bouwwerk stort onverwacht in en kan opnieuw worden opgebouwd. Of een figuurtje dat alles alleen probeert op te lossen, vraagt dit keer om hulp.
Zo kan een kind in het spel oefenen met iets wat buiten de spelkamer nog moeilijk is, zonder dat het daar direct over hoeft te praten. Het kan ervaren: een verandering is spannend, maar ik kan ermee omgaan. Iets kan mislukken en toch weer goedkomen. Ik mag hulp vragen. Er is meer dan één oplossing.
Wat een kind in de veilige setting van de spelkamer ervaart en oefent, kan geleidelijk ook in het dagelijks leven meer beschikbaar worden.

Eerst tot rust komen
Bij kinderen die erg gespannen, boos, angstig of overprikkeld zijn, is praten bovendien niet altijd de eerste stap. Wanneer spanning hoog oploopt, kan het moeilijk zijn om rustig na te denken of te vertellen wat er aan de hand is.
Dan is eerst iets anders nodig: weer tot rust kunnen komen. Spel kan daarbij helpen. Materialen zoals zand, klei of verf, maar ook beweging en herhaling, kunnen helpen bij het reguleren van spanning. Wanneer er meer rust ontstaat, komt er ook meer ruimte voor contact, gevoelens en uiteindelijk woorden en verwerking.
Daarom kijk ik niet alleen naar wat een kind doet, maar vooral naar wat er onder het gedrag kan spelen en wat een kind nodig heeft om verder te kunnen.
Wanneer kan speltherapie passend zijn?
Speltherapie kan passend zijn wanneer een kind vastloopt en praten alleen onvoldoende ingang biedt. Bijvoorbeeld bij boosheid of spanning, angst en onzekerheid, overprikkeling, teruggetrokken gedrag, weinig zelfvertrouwen of moeite met het herkennen en uiten van emoties. Ook na verlies, rouw, een scheiding of andere ingrijpende ervaringen kan spel een passende ingang zijn.
Het doel verschilt per kind. Voor het ene kind ligt de nadruk op het beter leren reguleren van emoties, voor een ander op meer zelfvertrouwen of het aangeven van grenzen. Een ander kind heeft juist ruimte nodig om een moeilijke ervaring te verwerken.
Daarom kijk ik altijd eerst naar wie het kind is, wat er speelt en wat het nodig heeft. Van daaruit bepalen we of speltherapie passend is en waar we aan gaan werken.
En de ouders?
Ouders zijn een belangrijk onderdeel van het traject. Zij kennen hun kind immers als geen ander.
We starten daarom met een intake waarin we kijken naar de ontwikkeling van het kind, wat er thuis en op school speelt, welke zorgen er zijn én wat juist goed gaat. Ook tijdens het traject blijven we met elkaar in gesprek.
Wat ik in de spelkamer zie, kan helpen om gedrag thuis beter te begrijpen. Andersom helpt wat ouders thuis zien mij om het spel van het kind in de juiste context te plaatsen. Samen kijken we naar wat het kind nodig heeft en hoe ouders daar in het dagelijks leven bij kunnen aansluiten.
Ik zie ouders daarbij als deskundigen over hun eigen kind. Mijn kennis over ontwikkeling, gedrag en speltherapie zet ik daarnaast. Zo kijken we samen naar wat een kind nodig heeft om weer verder te kunnen.
Spelen met een doel
Aan de buitenkant kan een speltherapiesessie er soms heel eenvoudig uitzien. Een kind bouwt, schildert, speelt met dieren of maakt een wereld in het zand.
Maar ondertussen kan een kind bezig zijn met iets wezenlijks: spanning leren reguleren, gevoelens uiten, grenzen oefenen, hulp toelaten, een moeilijke ervaring verwerken of ontdekken dat het ook anders kan.
Dat is voor mij de kern van speltherapie: spel doelgericht inzetten om een kind te helpen ervaren, verwerken en oefenen, op een manier die aansluit bij zijn leeftijd en belevingswereld.
Past speltherapie bij mijn kind?
Het is niet altijd meteen duidelijk welke ondersteuning een kind nodig heeft. Merk je dat je kind vastloopt en vraag je je af of speltherapie passend kan zijn? Dan kunnen we in een eerste gesprek samen kijken naar wat er speelt, wat je kind nodig heeft en welke vorm van ondersteuning daarbij past.